Zorgopleidingen

 
Verpleegkundige in een ziekenhuis, medewerker op het operatiecentrum, het is een vak apart. Hoe je dat vak ook leert, de praktijk speelt daarin een grote rol. Samen met haar partners in de regio (ziekenhuizen en opleidingsinstituten) draagt het UMCG zorg voor goed opgeleide zorgprofessionals. Hoe we dat doen en welke mogelijkheden er zijn? 

 

Verpleegkundige 

Je opleiding tot verpleegkundige start altijd bij een erkende opleidingsinstelling in het MBO of HBO. Is het je al snel duidelijk dat jouw toekomst in het ziekenhuis ligt? Gaandeweg de opleiding kun je in het UMCG terecht voor een leren aantal leren-werken trajecten die we samen met de ROC’s in Groningen en de Hanzehogeschool organiseren.   

Verpleegkundige specialisaties 

Ben je toe aan een nieuwe stap in je loopbaan of verdieping van je vakkennis? Het UMCG biedt alle erkende verpleegkundige vervolgopleidingen

Operatiecentrum 

In het UMCG vind je alle opleidingen die jou klaarstomen voor een rol in het operatiecentrum: anesthesiemedewerker, operatieassistent of medewerker operatieve zorg. Voor deze opleidingen is een relevante werkplek (opleidingsplaats) verplicht.  

  • Onderwijs is volgens het WIOO een gezamenlijke verantwoordelijkheid van student, docent en de praktijk waarin de student werkt en leert. Het is een partnerschap. Dat vertaalt zich in ons onderwijs bijvoorbeeld in veel aandacht voor de wisselwerking tussen de theorie en je praktijk en in heldere feedback van docenten.

    De student

    Studenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen aandeel in het leerproces. Die eigen verantwoordelijkheid betekent dat de student op een proactieve manier zijn eigen leerdoelen formuleert, bewaakt en bijstelt. Voor de (meestal jongere) studenten die een initiële opleiding doen, is de opleiding ook een vormingstraject. Zij ontwikkelen zich tot een gekwalificeerde, beginnend zorgprofessional die overweg kan met de alledaagse en soms minder alledaagse complexiteit van de praktijk. De eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces moet bij hen geleidelijk opgebouwd worden. Het WIOO heeft het onderwijs competentiegericht ingericht. Het portfolio is voor de student hét instrument om het eigen leerproces te sturen. Dat betekent dat de student bereid moet zijn om zichzelf in de spiegel te bekijken en om zich een spiegel te laten voorhouden. Door collega-studenten, docenten en door collega’s op de werkplek.

    De docent

    De student is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces. De docent maakt dat mogelijk door een veilig en prettig leerklimaat te creëren en door zich als gesprekspartner en coach op te stellen. Ze zijn een bron van kennis en ervaring die gestoeld is op studie en actuele praktijkervaring. Zij helpen de student bij het formuleren van diens leerplan. Zij geven heldere feedback op de vorderingen en inspireren studenten door voorbeeldgedrag en door voortdurend de lesstof te vertalen naar de praktijk. Daarbij staat de docent garant voor een veilige leersituatie en een persoonlijke aanpak. In het onderwijs stelt de docent de patiënt centraal. De patiënt is immers het middelpunt om wie de zorg georganiseerd wordt.

    De werkplek

    Voor de collega’s in de praktijk, kortweg ‘de werkplek’, betekent het partnerschap dat zij de student een omgeving bieden die werkomgeving én leeromgeving is. Collega’s zijn niet alleen collega’s maar ook rolmodel, spiegel en sparringpartner. De werkplek is in meerdere opzichten de belangrijkste leerplek voor studenten. Daar ziet de student wat belangrijk is, daar merkt de student hoe hij kan omgaan met moeilijke situaties. Kortom, de plek voor integratie van theorie en praktijk. Heldere leerdoelen, uitgesproken verwachtingen, open communicatie en concrete feedback zijn daarom erg belangrijk. Hiermee wordt bepaald in hoeverre het geleerde in het werk wordt toegepast. Een goede werkplek kent een heldere begeleidingsstructuur en biedt tijd voor feedback en beoordelingen. Natuurlijk heeft de opleiding daarbij ook een verantwoordelijkheid. De opleiding kan desgevraagd ondersteunen, souffleren en initiëren.

    Het Wenckebach Instituut voor Onderwijs en Opleiden (WIOO)

    Het WIOO zorgt voor de middelen, waarbij doelmatigheid voorop staat: goede docenten en faciliteiten die een zelfstandige leerhouding mogelijk maken. En: een inspirerend curriculum, geënt op de ontwikkelingen in de samenleving en de zorg. Duidelijkheid is onmisbaar om de student zelf de verantwoordelijkheid voor zijn leerproces te laten nemen. Duidelijkheid over wat er verwacht wordt, over de voorbereiding, over de toetsing en over de organisatie van de lessen.  Pas als aan die voorwaarden is voldaan kan er sprake zijn van partnerschap. het WIOO is verantwoordelijk voor een curriculum dat duidelijkheid biedt en doelmatigheid nastreeft. Het curriculum helpt om verwachtingen af te stemmen en geeft richting aan activiteiten. Bovendien verbindt het studenten, docenten en werkveld. Het is gebaseerd op landelijke ontwikkelingen en regelingen binnen de gezondheidszorg en ontwikkelingen in maatschappij. Het curriculum is gericht op de professionele functie-uitoefening, nu en in de toekomst. Met als uitgangspunten:

    • de werkplek structureel en planmatig een rol te geven in het onderwijs. En om die rol professioneel invulling te geven. Daarom investeert het WIOO in deskundigheidsbevordering op het gebied van werkbegeleiding en praktijkbeoordeling;
    • een solide en vruchtbare wisselwerking tussen opleiding en praktijk, bijvoorbeeld door structureel en regelmatig overleg met vertegenwoordigers van de verschillende werkvelden.

    Anders opleiden

    ​​​​Zorgprofessionals, zorginstellingen en opleidingsinstellingen ontwikkelen in het landelijke project CZO Flex Level gezamenlijk een nieuw, modulair en competentiegericht opleidingsaanbod voor gespecialiseerd verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel. Uitgangspunt is het kunnen leveren van de juiste zorg op het juiste moment en de juiste plek. Welke competenties heb jij nodig om jouw werk goed te kunnen doen, nu en in de toekomst? Wat moet je nog leren om te excelleren in je werk? Hoe kunnen we jou daar het beste bij begeleiden en laten leren op de werkvloer? Meer weten? Lees meer over het landelijke project CZO FLex Level

     

  • Verschillende vormen van toetsing geven een student inzicht in zijn ontwikkeling tot (beginnend) beroepsbeoefenaar. Deze ontwikkeling zien we terug in het portfolio: een verzameling van leerresultaten, beoordelingen en feedback. De toetsen geven daarbij richting aan het leren van de student. Daarnaast zorgt toetsing voor externe legitimering van de resultaten van de student.

    Het toetsplan en de toetsen

    Er zijn verschillende toetsvormen binnen de contacttijd en in de werkpraktijk. Dit om recht te doen aan de verschillende leervoorkeuren van de individuele student. We onderscheiden summatieve toetsing en formatieve toetsing. Summatieve toetsing bepaalt of de student de opleiding kan vervolgen, of aan het eind van de opleiding een diploma of certificaat krijgt. De criteria zijn van tevoren beschreven. Formatieve toetsen geven feedback over zijn niveau ten opzichte van de doelstellingen. In het toetsplan van elke opleiding wordt helder aangegeven welke toetsen summatief zijn en welke formatief.

    Product-toetsing

    Individuele toetsing

    Groepstoetsing

    Schriftelijke kennis toets

    Verslag probleemanalyse

    Mondelinge kennis toets

    Eindpresentatie verslag probleemanalyse

    Verslag probleemanalyse

    Minisymposium

    Individuele verwerkingsopdrachten

     

    Proces-toetsing

    Individuele toetsing

    Groepstoetsing

    Individuele verwerkingsopdrachten  

    Scenariotoets

    Skillslab Vaardighedentoetsen

    Verslag probleemanalyse

    Toetsvormen

    De toetsvorm is altijd een afgeleide van gestelde leerdoelen van een module of moduleonderdeel. Bij voorkeur zijn de toetsen integratief, om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de wijze waarop kennis, vaardigheden en attitude in de praktijk tot uiting komen. Soms wordt gekozen voor een vakgerichte toetsing, of toetsing van een deelkennis of een deelvaardigheid.

    Portfolio

    Het portfolio levert student, werkveld en opleiding een overzicht van alle leerresultaten en voortgang van de student. Een portfolio geldt als verantwoording van leerproces en leeruitkomst en bevat:

    • feedback over de prestaties van de student;
    • uitkomsten van summatieve toetsing;
    • reflectie op toetsuitkomsten en feedback;
    • planning op basis waarvan de student zijn voortgang organiseert;
    • bewijs van leerresultaten.

    De student beheert zelf zijn portfolio. Het is ter inzage beschikbaar voor zowel de praktijk als de begeleidend kerndocent.

  • Studenten die een verpleegkundige vervolgopleiding of een paramedische opleiding gaan volgen, kunnen een vrijstelling verkrijgen voor een theoretisch opleidingsonderdeel.  De vrijstelling wordt verleend op grond van eerder verworven competenties door een recent gevolgde opleiding en relevante werkervaring.

    De procedure in het kort

    1. student stemt aanvraag af met leidinggevende;
    2. student vult het aanvraagformulier in en print het uit;
    3. student en leidinggevende ondertekenen het formulier;
    4. student scant het formulier in en mailt het –voorzien van relevante bewijsstukken-  naar de cursusadministratie van het Wenckebach Instituut, School of Nursing & Health (sonh@umcg.nl)
      (minimaal 6 weken voorafgaand aan de start van de opleiding). ​
    5. de opleidingsmanager van de specifieke opleiding beoordeelt de aanvraag voor vrijstelling;
    6. de opleidingsmanager informeert de student over de uitkomst van zijn aanvraag;
    7. de student schrijft zich in voor de opleiding.

    Uitgebreide informatie over het aanvragen van een vrijstelling en de brief waarmee je de vrijstelling aanvraagt vind je onderaan deze pagina.

    Aanvullende informatie

Meer weten?

Alle zorgopleidingen en stages worden vanuit het UMCG verzorgd door het Wenckebach Instituut voor Onderwijs en Opleiden - Zorgopleidingen. Neem gerust contact met ons op:

Secretariaat 
(t) +31 (0)50 361 70 31
stuur een bericht