U kunt hier uw voorkeuren instellen voor cookies voor sociale media en doelgerichte reclame. We plaatsen altijd functionele cookies en analytische cookies. Functionele cookies zijn nodig om de site goed te laten werken. Met analytische cookies verzamelen we anonieme gegevens over het gebruik van onze site. Met die gegevens kunnen we de site verder verbeteren zodat u makkelijker kunt vinden wat u zoekt.
De Nederlandse bevolking vergrijst in snel tempo. Dit stelt de mondzorgpraktijk voor nieuwe uitdagingen en vraagt om een specifieke benadering van de oudere patiënt. Tijdens dit symposium gaan toonaangevende sprekers vanuit verschillende disciplines in op actuele ontwikkelingen, en geven zij praktische handvatten voor de mondzorg aan oudere patiënten in de algemene praktijk.
Doelgroep
Mondzorgverleners
Bent u een mondzorgverlener in de algemene praktijk en wilt u goed voorbereid zijn op de groeiende vraag naar specifieke mondzorg voor (kwetsbare) ouderen? Dan is dit symposium bij uitstek geschikt om kennis op te doen, ervaringen te delen en vooruit te kijken.
Programma
09.15 | Ontvangst
09.45 | Welkom door de moderatoren prof. dr. Anita Visser & drs. Ronald Goldsweer
09.55 | Prof. dr. Barbara van Munster (UMCG) Van meerdere behandelstoelen naar één behandeldoel: de patiënt als uitgangspunt
10.30 | Prof. dr. Gerry Raghoebar (UMCG) Implantologie bij ouderen: mogelijkheden en grenzen
11.05 | Pauze
11.30 | Prof. dr. Anita Visser (UMCG) Levensloopbestendig behandelen: een visie voor de lange termijn
12.05 | Dr. Derk Jan Jager (Amsterdam UMC) De droge mond: nieuwe behandelopties, medicatie en technologische ontwikkelingen
12.40 | Lunchpauze
13.30 | Drs. Ronald Goldsweer (NVGd / Radboudumc) Wortelcariës bij ouderen: signalering, preventie en behandeling
14.05 | Prof. dr. Marco Cune (UMCG) De complexe gemutileerde dentitie – Materiaaleigenschappen en klinische toepassingen van PolyOxyMethyleen (POM) en andere thermoplasten
14.40 | Pauze
15.10 | Drs. Machteld Siers (Radboudumc) Het geoblitereerde pulpakanaal bij ouderen: diagnostiek en behandelstrategie
15.45 | Dr. Menke de Smit (UMCG) Parodontale problemen bij ouderen: wanneer is scalen en rootplanen niet langer zinvol?
16.20 | Afsluiting en discussie
16.30 | Borrel
Abstracts:
Van meerdere behandelstoelen naar één behandeldoel: de patiënt als uitgangspunt
In de ziekenhuiszorg neemt het aantal patiënten met multimorbiditeit sterk toe. Deze patiënten hebben niet één dominante aandoening, maar meerdere chronische ziekten zoals hartfalen, diabetes en dementie, die elkaar beïnvloeden en samenhangen met functionele en psychosociale problemen. De huidige zorg is echter ingericht per specialisme en per aandoening, waardoor fragmentatie ontstaat: behandeltrajecten lopen naast elkaar, informatie-uitwisseling is beperkt en de samenhang in doelen voor de patiënt raakt uit beeld. Dementie is een duidelijk voorbeeld van een ziekte waarbij deze fragmentatie grote gevolgen heeft voor de continuïteit van zorg en de uitkomst voor de patiënt.
Mondzorg is een van de gebieden waar deze complexiteit zichtbaar wordt. Mondgezondheid staat niet op zichzelf, maar is verweven met voeding, infectierisico, comfort en kwaliteit van leven. Juist bij patiënten met multimorbiditeit en cognitieve kwetsbaarheid kunnen kleine problemen grote gevolgen hebben. Mondzorg laat daarmee zien hoe cruciaal het is dat zorg niet per discipline wordt benaderd, maar integraal en afgestemd rondom de patiënt. In mijn lezing verken ik hoe we kunnen bijdragen aan een geïntegreerde benadering.
Implantologie bij ouderen: mogelijkheden en grenzen
De vraag naar implantologische behandelingen bij oudere patiënten neemt toe. Niet de chronologische, maar de biologische leeftijd is hierbij bepalend voor de beslissing om al dan niet te implanteren. Hoewel ouderdom op zichzelf geen contra-indicatie vormt, kan de algehele conditie beperkingen opleggen aan de behandelopties. Tevens dient men zich af te vragen of de gekozen implantologische oplossing ook op (kortere) termijn passend is.
Bij ouderen verdienen minimaal invasieve technieken en strategische plaatsing van implantaten de voorkeur, met oog op toekomstige kwetsbaarheid, vereenvoudigd onderhoud en mogelijke aanpassing naar uitneembare voorzieningen. In geval van een beperkt botvolume bieden korte en smalle implantaten vaak uitkomst, aanvullende chirurgische ingrepen op deze wijze vermeden kunnen worden. Ondanks de hoge prevalentie van comorbiditeit en systeemziekten bij ouderen, blijkt dit doorgaans weinig invloed te hebben op het succes en de overleving van implantaten.
Deze presentatie geeft een overzicht van de implantologische behandelstrategieën bij (zeer) oude patiënten.
Levensloopbestendig behandelen: een visie voor de lange termijn
Binnen de tandheelkunde is een enorme ontwikkeling geweest in de afgelopen decennia en nieuwe materialen en technieken hebben het mogelijk gemaakt om gebitselementen langer te behouden en of te vervangen wanneer deze verloren gingen. Zo kunnen ouderen vaak tot op hoge leeftijd hun gebitselementen en orale functie behouden. Maar dat vergt ook de nodige professionele nazorg en een goede zelfzorg hetgeen lastig of zoal niet onmogelijk wordt wanneer de gezondheid met het ouder worden steeds complexer wordt en er sprake is van kwetsbaarheid. Zelfzorg en een bezoek aan de tandarts zijn dan niet meer vanzelfsprekend waarmee het risico op mondgezondheidsproblemen en verlies van gebitselementen en of implantaten toe neemt.
De vraag komt dan; hebben we in de aanloop naar het ouder worden wel de juiste prothetische behandelopties gekozen? Is en was ons werk levensloopbestendig? Hoe kunnen we orale functie behouden? En wanneer moeten we beginnen met afbouwen? En wat is dat eigenlijk; levensloopbestendig behandelen? Deze en andere vragen komen aanbod zodat u hopelijk meer inzicht krijgt in de orale problematiek bij het ouder worden en met die kennis mogelijk kunt voorkomen dat u na langdurig intensieve zorg te hebben geleverd uit komt in een situatie waarbij u met uw rug tegen de muur komt te staan.
De droge mond: nieuwe behandelopties, medicatie en technologische ontwikkelingen
Droge mond (xerostomie/hyposalivatie) is een veelvoorkomend probleem dat 20-25% van de Nederlandse bevolking treft, met nog hogere percentages onder ouderen. Een droge mond heeft aanzienlijke gevolgen voor de mondgezondheid en kwaliteit van leven. Patiënten ondervinden niet alleen het gevoel van droogte en pijn, maar lopen ook een verhoogd risico op snel voortschrijdende cariës, tanderosie, schimmelinfecties en verlies van smaak. De natuurlijke afweer en reinigingsfunctie van speeksel vallen weg, met alle gevolgen van dien. Het is het essentieel om de droge mond tijdig te herkennen en patiënten effectief te adviseren over de beschikbare behandelopties, zodat de impact op mondgezondheid en kwaliteit van leven kan worden verminderd. In deze lezing worden de belangrijkste oorzaken besproken en wordt een overzicht van (recent ontwikkelde) behandelopties gepresenteerd. Er wordt ingegaan op eenvoudig toepasbare behandelopties maar ook farmacologische interventies en technologische innovaties die patiënten met droge mond klachten kunnen helpen.
Wortelcariës bij ouderen: signalering, preventie en behandeling
Nu ouderen steeds vaker de eigen dentitie tot op hoge leeftijd weten te behouden worden mondzorgverleners in de algemene praktijk steeds vaker geconfronteerd met specifieke tandheelkundige problematiek passend bij (kwetsbare) ouderen. Wortelcariës is daar één van. Restauratieve behandeling van wortelcariës is lastig. Daarom is tijdig signaleren en het voorkomen van voortschrijdende diepe cariëslaesies van groot belang. Welke patiënten lopen een hoog risico op het ontwikkelen van wortelcariës, hoe diagnosticeren we wortelcariës tijdig en welke preventieve maatregelen kunnen we inzetten? En wat doen we bij actieve en invasieve wortelcariës, kunnen we met een restauratie het element nog redden of resteert slechts een extractie?
De complexe gemutileerde dentitie – Materiaaleigenschappen en klinische toepassingen van PolyOxyMethyleen (POM) en andere thermoplasten.
Traditioneel wordt in de prothetische tandheelkunde graag en veelvuldig gebruik gemaakt van PMMA. Relatief nieuw zijn freesbare thermoplasten zoals PEEK, PEKK en POM. In deze presentatie wordt uitgelegd wat deze nieuwe generatie kunststoffen zo geschikt maakt voor de vervaardiging van zowel vaste als uitneembare prothetische voorzieningen, met name in de complexe gemutileerde dentitie. Aan de hand van klinische voorbeelden worden verschillende toepassingen getoond en besproken.
Het geoblitereerde pulpakanaal bij ouderen: diagnostiek en behandelstrategie
Mensen worden ouder en houden langer hun gebitselementen. De gebitselementen reageren op alle bedreigingen gedurende het gebruik. Een aspect van veroudering of reactie op bedreiging is obliteratie. Dat kan een wortelkanaalbehandeling sterk compliceren. Of terwijl het wordt een leuke uitdaging! Wanneer moet die wortelkanaalbehandeling eigenlijk uitgevoerd worden, hoe kan je je zo goed mogelijk voorbereiden op de behandeling en hoe pak je je behandeling aan op weg naar het doel: het elimineren van infectie uit de wortelkanalen voor een effectief eindresultaat.
Parodontale problemen bij ouderen: wanneer is scalen en rootplanen niet langer zinvol?
Met het ouder worden verandert niet alleen de algemene gezondheid, maar ook de mondgezondheid en de mogelijkheden tot adequate zelfzorg. Parodontale aandoeningen kunnen hierdoor sneller verergeren, terwijl intensieve behandelingen zoals scalen en rootplanen niet altijd meer haalbaar of effectief zijn. Kwetsbaarheid, polyfarmacie, verminderde motoriek en cognitieve achteruitgang maken dat de klassieke parodontale aanpak niet altijd aansluit bij de realiteit van de oudere patiënt.
In deze lezing onderzoeken we hoe de parodontale conditie en behandelbaarheid veranderen naarmate iemand ouder wordt. Wanneer draagt een intensieve parodontale behandeling nog bij aan behoud van functie en comfort? Wanneer leidt voortzetten van deze zorg vooral tot belasting zonder duidelijk klinisch voordeel? En hoe kunnen we tijdig schakelen naar een meer ondersteunende, comfortgerichte benadering waarbij kwaliteit van leven centraal staat?
Aan de hand van actuele inzichten en praktijkvoorbeelden krijgt u handvatten om weloverwogen beslissingen te nemen: wanneer doorgaan, wanneer bijstellen en wanneer afbouwen. Zo kunt u parodontale zorg bieden die past bij de levensfase, mogelijkheden en wensen van de ouder wordende patiënt.
Sprekers
Prof. dr. Barbara van Munster is hoogleraar interne geneeskunde -geriatrie en een toonaangevend expert op het gebied van multimorbiditeit, kwetsbaarheid en geïntegreerde zorg. Zij combineert haar klinisch werk als geriater met wetenschappelijk onderzoek naar hoe ziekenhuiszorg beter kan aansluiten bij de behoeften van oudere patiënten met meerdere aandoeningen. Van Munster is initiatiefnemer van diverse landelijke leidraden en voorzitter van het Nederlands Platform voor Multimorbiditeit. Daarnaast bekleedt zij bestuursfuncties zoals het Alzheimer Centrum Groningen en in internationale gremia, zoals de European Academy for Medicine of Ageing. Daarmee vervult zij een leidende rol in de transitie naar toekomstbestendige, integrale ziekenhuiszorg.
Prof. dr. Gerry M. Raghoebar voltooide zijn studie tandheelkunde en geneeskunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Vanaf 1988 is hij als MKA-chirurg werkzaam in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Op 1 januari 2006 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen met als persoonsgebonden leerstoel Implantologie en Preprothetische chirurgie. Naast de klinische werkzaamheden, verricht en begeleidt hij onderzoek, en is hij als docent betrokken bij het onderwijs. Hij geeft verschillende postacademische cursussen en voordrachten in binnen- en buitenland.
Prof. dr. Anita Visser (tandarts Maxillofaciale Prothetiek/ tandarts Geriatrie) studeerde in 1996 af aan de KUN. Na haar afstuderen begon zij als tandarts angstbegeleiding/gehandicaptenzorg en tandarts MFP binnen de afdeling MKA van het UMCG waar zij tot medio 2021 senior stafmedewerker was. Binnen de afdeling MKA van het UMCG was zij oprichter en hoofd van het oligodontie-team en participeerde zij in het Hoofd Halsoncologie en Implantologie team. Zij stuurt postacademisch onderwijs aan op het gebied van gerodontologie waaronder webinars, congressen en masterclasses. Als hoofd van het gerodontologie onderwijs van het CTM UMCG en tandheelkunde Radboudumc werkt zij actief mee aan een nieuw curriculum voor de opleiding tandheelkunde in beide opleidingen. In 2009 is zij aan de Universiteit van Groningen gepromoveerd op het proefschrift; “care and aftercare for implant retained prostheses” waarna zij als co promotor diverse promovendi begeleidde en nog steeds begeleidt. Zij werd op 1 april 2019 benoemd tot hoogleraar Gerodontologie aan de Rijks Universiteit Groningen (RUG). Haar omvangrijke takenpakket aan de universiteit en haar werk voor zorginstellingen heeft haar doen besluiten in 2021 te stoppen bij de MKA en zich volledig op de geriatrie te richten.
Dr. Derk Jan Jager is tandarts maxillofaciale prothetiek (MFP) en werkt als assistent professor bij de afdeling Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Amsterdam UMC. Hij richt zich met name op patiënten met complexe aandoeningen, zoals de ziekte van Sjögren. Verder verzorgt hij het "Speekselspreekuur" waar patiënten met uiteenlopende speeksel gerelateerde klachten gezien worden. Hij doet, onder andere, onderzoek naar orale rehabilitatie van patiënten met de ziekte van Sjögren en hoofd/hals kanker en naar nieuwe therapieën voor monddroogte. Hij behaalde zijn tandartsdiploma (2005) en PhD aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgde de opleiding in de prothetisch-restauratieve tandheelkunde bij het UMC Groningen resulterend in het lidmaatschap van het Royal College of Surgeons in Edinburgh. Hij heeft meer dan 50 peer-reviewed artikelen en verschillende hoofdstukken in boeken gepubliceerd en vervulde functies in nationale en internationale tandheelkundige en wetenschappelijke verenigingen. Momenteel volgt hij een MSc in Clinical Trials aan de Universiteit van Oxford.
Drs. Ronald Goldsweer is geboren en opgegroeid in de stad Groningen. In 1987 heeft hij de studie tandheelkunde aan de RUG afgerond. Kortom, een trotse “stadjer”.
Vanaf 1990 is hij werkzaam als algemeen practicus in Groesbeek. En ook vanaf 1990 al werkzaam in verpleeghuizen. De geriatrische tandheelkunde is een steeds grotere rol gaan spelen in zijn professionele leven. Hij is gedifferentieerd tandarts-geriatrie, actief binnen de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) en docent geriatrische tandheelkunde op de Radboud Universiteit.
Zijn missie: alle tandartsen en mondhygiënisten moeten veel kennis hebben van ouderdomsziekten en de invloed die deze hebben op de mondgezondheid en het tandheelkundig handelen.
Prof. dr. Marco Cune is tandarts. Hij is hoogleraar Restauratieve en Reconstructieve Tandheelkunde en hoofd van de sectie Restauratieve Tandheelkunde van het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het UMC Groningen. Daarnaast is hij verbonden aan het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde van het St. Antonius ziekenhuis Nieuwegein en werkzaam in tandartspraktijk Schiermonnikoog.
Drs. Machteld Siers deed tandartsexamen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN). Haar werk als praktijkmedewerker in een algemene praktijk combineerde zij met een beroepsdifferentiatie tot tandarts-endodontoloog.
In september 1999 heeft zij het examen tot tandarts- endodontoloog met succes afgelegd. Vanaf die tijd werkt zij als tandarts-docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hier verzorgt zij zowel studentenonderwijs als Post Academisch Onderwijs. Hiernaast voert zij sinds 1999 algemene praktijk en een verwijspraktijk voor endodontologie. Sinds 2010 werkt zij bij Samenwerkende Tandartsen Zeist en voert zij daar een verwijspraktijk voor endodontologie.
Dr. Menke de Smit is parodontoloog aan de afdeling Tandheelkunde en combineert klinische expertise met wetenschappelijk onderzoek. Na haar doctoraal Tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (2004) voltooide zij de Master after Master in Parodontologie aan de KU Leuven (2006–2009). In 2009 werd zij erkend als parodontoloog door zowel de European Federation of Periodontology als de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie.
Sinds 2009 is Menke als onderzoeker verbonden aan het UMCG binnen de afdelingen MKA, Reumatologie en het CTM. In 2015 promoveerde zij aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift 'Periodontitis and Rheumatoid Arthritis. A search for causality and role of Porphyromonas gingivalis'.
Klinisch werkte zij van 2009 tot 2014 in de Parodontologie Praktijk Groningen. Vanaf 2014 is zij werkzaam in de Parodontologie Praktijk Emmen, waar zij patiënten behandelt met complexe parodontale problematiek.
Met haar combinatie van praktijkervaring en onderzoek draagt Menke actief bij aan de verdere ontwikkeling van de parodontologie en de verbinding met andere medische disciplines.
Accreditatie
KRT (5 punten)
KRM (in afwachting van goedkeuring)
KRTP (4,5 punten)