Alba en Jessica: ineens in de frontlinie op Curaçao

Op Curaçao doen zestien UMCG-studenten momenteel hun coschappen. De recente corona-uitbraak op het eiland heeft hun stage flink veranderd. Zo werkt Alba Wolters (23 jaar) nu volop mee in de Covidzorg en is Jessica Bos (25 jaar) aan de slag bij de GGD. Via Teams vertellen ze hoe ze van hun reguliere coschappen ineens in de coronafrontlinie belandden.

Ineens een enorme piek

Tot een paar weken geleden was het qua corona vrij rustig op Curaçao. ‘Tijdens de eerste golf waren hier eigenlijk nauwelijks besmettingen’, zegt Alba Wolters, die zo’n zeven maanden geleden aan haar coschappen begon. Tot twee weken geleden verliepen die zoals gepland. ‘Ineens was er een enorme piek in de besmettingen. Het is inmiddels ontzettend druk in het ziekenhuis, meer dan de helft van onze patiënten zijn Covid-patiënten. Onze coschappen zijn twee weken geleden stopgezet. Daarna zijn we gelijk gaan helpen waar dat mogelijk was.’

Jessica Bos vloog vier weken geleden naar Curaçao en was net begonnen aan haar eerste stage. Ze keek er naar uit om na maanden in lockdown in Nederland haar coschappen op Curaçao te combineren met het zorgeloze leven op het eiland. Dat pakte helaas anders uit. Haar coschappen waren net begonnen toen alles veranderde. Inmiddels werkt Jessica bij de GGD.  ‘Ik bel mensen over hun uitslag, doe de follow-up wanneer mensen weer uit quarantaine kunnen en ik test mensen. Daarvoor gaan we ook bij mensen thuis langs.’ Met de GGD is afgesproken dat deze werkzaamheden als stage Sociale Geneeskunde kunnen gelden.

Druk op IC

Voor de eilandbewoners en het ziekenhuis is het een nieuwe situatie. Alba: ‘Na de piek volgde een strenge lockdown, maar de besmettingen stegen door en vervolgens moesten we als ziekenhuis snel schakelen. De poli’s zijn nu helemaal gestopt en alleen de acute zorg gaat nog door, naast de zorg voor coronapatiënten.’ Net als in Nederland is de druk op de IC groot. Het ziekenhuis kan niet alle patiënten opvangen en daarom worden er ook patiënten naar bijvoorbeeld Aruba en Colombia gevlogen. Van de zestien coassistenten werken degenen die al twee vaccinatieprikken gehad hebben in de zorg, zoals Alba. Wie één prik heeft gehad, zoals Jessica, werkt bij de GGD.

Lange dagen

Voor beide coassistenten zijn het lange dagen. Jessica werkt vijf dagen per week en soms ook in de weekenden, Alba draait in het ziekenhuis mee met hetzelfde rooster als dat van de arts-assistenten: steeds vier dagen achter elkaar werken en dan twee dagen rust. ‘Het is behoorlijk pittig, van acht uur ’s ochtends tot een uur of vijf, zes en soms nog langer’, zegt Alba. ‘Het werk is heftig en het zwaar om zulke heel zieke patiënten te zien. Maar het is wel fijn om wat te kunnen doen en ik leer er ontzettend veel van.’

Vanuit de opleiding worden ze goed ondersteund. Iedere woensdag hebben alle coassistenten een gesprek met hun coach. Alba: ‘Het doet wel wat met je, deze situatie. Ook als mens. Het is fijn om dat met elkaar te kunnen delen.’ Wekelijks is er ook overleg tussen de co-raad en de affiliatiecoördinator over de stand van zaken.

Eind april iedereen gevaccineerd

​​​​Net als in Nederland is de hoop op Curaçao gevestigd op het vaccinatieprogramma. ‘Het doel is dat eind april iedereen gevaccineerd is die dat wil’, vertelt Jessica. ‘Eerst werden mensen met vitale beroepen 60-plussers gevaccineerd, maar al snel kon iedereen die dat wil een vaccin krijgen.’ Of het einde van de drukte in het ziekenhuis dan ook in zicht is? Dat durven Jessica en Alba niet te zeggen. Voorlopig staan ze nog wel even in de frontlinie.