Als je aan arts worden denkt, zie je waarschijnlijk het ziekenhuis voor je. Toch werkt meer dan de helft van de artsen uiteindelijk buiten het ziekenhuis en dat aantal moet verder groeien. De samenleving vraagt steeds nadrukkelijker om artsen die bijdragen aan preventie en zorg dicht bij huis. Daarom wil het UMCG studenten Geneeskunde eerder en beter laten kennismaken met de zorg en beroepen buiten de muren van het ziekenhuis. Adjunct programmadirecteur Geneeskunde Dineke Verbeek vertelt waarom die verandering nodig is en wat studenten daar in de opleiding van gaan merken.
Waarom zet het UMCG nu zo sterk in op meer extramuraal opleiden?
“De zorg verandert snel,” zegt Verbeek. “We zien een groeiende zorgvraag, een vergrijzende bevolking en grote tekorten aan artsen buiten het ziekenhuis, zoals huisartsen en artsen in de jeugd- en ouderenzorg. Tegelijkertijd willen we meer inzetten op preventie en leefstijl. De beste zorg is immers de zorg die mensen niet nodig hebben.”
Die maatschappelijke ontwikkelingen vragen volgens Verbeek om een andere manier van opleiden. “Als we niets veranderen, komt de toegankelijkheid van zorg onder druk te staan. Daarom moeten we studenten beter voorbereiden op waar de samenleving hen straks het hardst nodig heeft.”
Toch verwachten veel aankomende studenten nog steeds dat ze vooral in ziekenhuizengaan werken. “Dat beeld klopt niet meer,” legt Verbeek uit. “Meer dan de helft van onze studenten werkt later buiten het ziekenhuis, dan moet je daar in je opleiding ook echt iets van meekrijgen.” Het Capaciteitsorgaan adviseert een derde van de artsen op te leiden voor ziekenhuisspecialisaties, en twee derde voor specialisaties buiten het ziekenhuis.
Als we niets veranderen, komt de toegankelijkheid van zorg onder druk te staan. Daarom moeten we studenten beter voorbereiden op waar de samenleving hen straks het hardst nodig heeft.
Wat verandert er concreet voor studenten?
“Het werk buiten het ziekenhuis wordt in de opleiding veel zichtbaarder,” zegt Verbeek. “Nu ontdekken studenten vaak pas laat dat werken buiten het ziekenhuis goed bij hen past. Dat inzicht willen we naar voren halen.”
Dat begint al bij de start van de opleiding. “Tijdens introducties en open dagen laten we bewust artsen zien die buiten het ziekenhuis werken. Dus geen witte jas, maar verhalen uit de praktijk van bijvoorbeeld huisartsen, jeugdartsen en andere sociaal geneeskundigen.”
Ook in het onderwijs zelf krijgt het extramurale perspectief een stevigere plek. In de bachelor is er een duidelijke leerlijn rond Healthy Ageing, waarin zorg buiten het ziekenhuis centraal staat. De focus ligt op gezondheidsgerichte geneeskunde vanuit sociaal geneeskundig perspectief. Huisartsen en andere artsen die buiten het ziekenhuis werken leveren een actieve bijdrage aan het onderwijs en aan de competentieontwikkeling en beoordeling van studenten.
In de master wordt het nog concreter. “In het tweede jaar loop je twaalf weken verplicht coschap buiten het ziekenhuis,” vertelt Verbeek. “Dat bestaat uit vier weken huisartsgeneeskunde, vier weken sociale geneeskunde en vier weken ouderengeneeskunde. Zo ervaar je zelf hoe divers en inhoudelijk sterk die beroepen zijn.”
Hoe past dit bij de toekomst van de opleiding Geneeskunde?
De bacheloropleiding staat aan de vooravond van een grote herziening. “We gaan werken aan een nieuw curriculum,” zegt Verbeek. “Dat kost tijd, maar de richting is duidelijk: in de eerste jaren ligt de focus op gezondheid, preventie en eerstelijnszorg en later in de opleiding is er meer aandacht voor oorzaken van ziekten en specialistische ziekenhuiszorg. Met generalisme (het leren kijken naar de patiënt en de leefomgeving als geheel) als constante lijn door het hele programma.”
Deze ontwikkeling maakt deel uit van een bredere UMCG-aanpak om meer extramuraal op te leiden, waarin meerdere opleidingen en organisatieonderdelen samenwerken. Die beweging sluit aan bij landelijke ontwikkelingen. “Andere opleidingen zijn hier ook mee bezig. Het belangrijkste is dat we goed aansluiten bij wat de samenleving en het werkveld nodig hebben – en bij wat studenten helpt om een bewuste en goed geïnformeerde keuze te maken.”
Wat betekent dit voor studenten nu?
“Je krijgt eerder een realistisch en breed beeld van het artsenberoep,” zegt Verbeek. “En je ontdekt sneller waar jouw interesses en talenten liggen.”
Studenten worden actief betrokken bij de veranderingen. “We werken nauw samen met studentvertegenwoordigingen. Het curriculum maken we niet voor studenten, maar met studenten.”
Als studenten werken buiten de muren van het ziekenhuis net zo vanzelfsprekend en waardevol vinden als werken in het ziekenhuis, dan weten we dat we op de goede weg zijn.
Wanneer is deze aanpak geslaagd?
“Als studenten werken buiten de muren van het ziekenhuis net zo vanzelfsprekend en waardevol vinden als werken in het ziekenhuis,” besluit Verbeek. “Als huisarts, jeugdarts of arts maatschappij en gezondheid net zo’n logische droom is als cardioloog of kinderarts. Dan weten we dat we op de goede weg zijn.”