De ambulance brengt over 10 minuten een patiënt met een herseninfarct. Een huisarts belt over een longpatiënt die erg benauwd is. Meerdere kamers op de Spoedeisende Hulp zijn al bezet. Hoe kunnen we alle patiënten snel de zorg geven die ze nodig hebben? Het kernteam vertelt hoe ze de spoedzorg samen met collega’s van binnen en buiten het UMCG zo goed mogelijk regelen.

De klapdeuren gaan open, twee ambulancemedewerkers rijden een patiënt naar binnen. Ook komt er wat familie mee. De regieverpleegkundige achter de balie bij de ingang van de Spoedeisende Hulp ontvangt ze en vertelt naar welke kamer ze kunnen gaan. 

Om de zorg in goede banen te leiden, zit achter de balie van de Spoedeisende Hulp (SEH) elke dag een kernteam. Dat team bestaat altijd uit een acute internist, een SEH-arts en een SEH-regieverpleegkundige. 

Moet er een groot team komen?

‘Als ambulances een patiënt komen brengen, bellen ze ons’, vertelt SEH-regieverpleegkundige Jantien Möllers-Ritsema. ‘Ik plan dan de juiste kamer in, bekijk hoeveel verpleegkundigen er nodig zijn en welke specialisten. Moet er een groot team komen, dan helpen de collega’s van de telefooncentrale. Die weten precies wie ze moeten bellen bij bijvoorbeeld een ernstig ongeluk of een herseninfarct.’ ‘En stel dat er een specialist nodig is die niet direct kan komen, dan kunnen de ambulancemedewerkers de patiënt overdragen aan een van ons. Dan bedenken wij alvast welke onderzoeken de patiënt moet krijgen of we geven meteen medicijnen als dat nodig is’, zegt SEH-arts Renate Stevens-Stolmeijer.

Direct bellen

Ook via de huisarts komen er patiënten binnen. Huisartsen kunnen tegenwoordig direct met de SEH-arts bellen om een patiënt aan te melden. Renate: ‘Huisartsen hebben het druk en bij spoed is het vervelend als ze de behandelend arts van hun patiënt niet meteen aan de lijn kunnen krijgen of de een na de ander moeten bellen voor overleg. Als SEH-arts ben ik heel breed opgeleid en kan ik bedenken door welke specialist de patiënt het best gezien kan worden en dat regelen.’ 

Dashboard

Ondertussen houdt het kernteam nauwlettend in de gaten hoe druk het op de afdeling is. Op een dashboard kunnen zien ze precies zien hoeveel kamers bezet zijn, hoeveel patiënten er nog komen, hoeveel er in de wachtkamer zitten en welke patiënten bijna naar huis of naar een verpleegafdeling kunnen. Nu is het rustig, maar wat als veel kamers bezet zijn en er meer patiënten komen die snel hulp nodig hebben? 

‘Dan kijken we of we de instroom kunnen beperken’, vertelt acute internist Jan ter Maaten, medisch hoofd van de SEH. ‘Sommige patiënten hebben niet direct hulp nodig, dan is thuis wachten fijner dan hier in de wachtkamer. En we kijken ook of er patiënten zijn die de spoedafdeling snel weer kunnen verlaten. Die bijvoorbeeld al opgenomen kunnen worden op een verpleegafdeling.’ ‘Doordat we hier met z’n drieën naast elkaar zitten, kunnen we steeds snel overleggen. Heel handig’, zegt Jantien. 

Code rood

Bij grote drukte kunnen ze besluiten over te gaan op code oranje, dan kunnen alleen nog maar eigen patiënten komen. Of code rood, dat betekent een opnamestop. Jan: ‘Maar patiënten die echt de zorg van het UMCG nodig hebben, kunnen hier altijd terecht. Bijvoorbeeld patiënten met een herseninfarct of groot trauma, of kinderen die intensieve zorg nodig hebben.’

Samen

In het Acute Zorgnetwerk Noord Nederland hebben ziekenhuizen, ambulancediensten, huisartsen en anderen, afspraken gemaakt over hoe ze samen de spoedzorg zo goed mogelijk organiseren. Spoedeisende hulp-afdelingen werken met hetzelfde code-systeem en in een regionaal overzicht houden ze bij hoe druk het is. Ambulancediensten en huisartsen zien dan meteen waar plaats is en spoedafdelingen weten dat ze extra patiënten kunnen krijgen, als het ergens anders code oranje of rood is. ‘Dan hoef je elkaar daar niet over te gaan bellen terwijl je het heel druk hebt’, zegt Renate. ’Een keer heb ik dat trouwens wel gedaan. Toen was er een griepepidemie en stond iedereen op code rood. Ik ben gaan bellen en samen hebben we toen afgesproken dat iedereen zijn eigen patiënten opving.’

Oefenen

Om zo goed mogelijk samen te werken, volgen de SEH’ers regelmatig trainingen. ‘We doen bijvoorbeeld elke maand een scenariotraining’, vertelt Renate. ‘Dan bootsen we in het Skills Center de opvang van een traumapatiënt na. Iedereen die daarbij betrokken is, doet mee. Dus niet alleen artsen en verpleegkundigen, maar bijvoorbeeld ook de laboranten die bij spoed heel snel foto’s of een echo moeten maken.’ ‘Laatst hebben we voor het eerst een training gedaan gericht op overcrowding’, vertelt Jan. ‘Toen hebben we geoefend wat je als kernteam bij drukte kunt doen om de patiëntenstroom in goede banen te leiden. En binnenkort doen we een nieuwe training samen met medewerkers van de ambulancedienst om de overdracht van patiënten nog beter te laten verlopen.’

Heftige situaties

De opvang van patiënten proberen ze goed na te bespreken. Om van te leren èn om te kijken hoe het met iedereen is. Want ze maken heftige situaties mee en dan is het goed om samen te praten over wat er is gebeurd. Jantien: ‘Na iets heftigs is het fijn dat er de volgende dag altijd wel een collega is die naar je toekomt en bijvoorbeeld zegt: Ik hoorde wat er gisteren is gebeurd. Hoe gaat het met je?’