Arts en patiënt niet op dezelfde golflengte over doel teleconsult

Onderzoek door veertien UMCG-studenten laat zien dat patiënten en zorgverleners totaal verschillend denken over de telefonische follow-up. In een artikel in Medisch Contact schrijven ze dat eerlijke voorlichting over de (vermeende) voor- en nadelen een vereiste is.

Ritueel polibezoek

Sinds corona en het noodgedwongen afschalen van de niet-acute zorg, vinden veel consulten plaats via (beeld)bellen. Blijft dat in de toekomst zo? Marcel Levi, CEO van University College London Hospitals, schreef vorig jaar al: ‘Het blijft merkwaardig dat we een pandemie nodig hadden om te beseffen dat veel van ons ritueel polikliniekbezoek onnodig is en nauwelijks iets toevoegt aan de gezondheid van onze patiënten.’

Maar hoe zit dat precies? En, misschien nog veel belangrijker, hoe denken patiënten daarover? De UMCG-studenten onderzochten of een telefonisch consult in kwalitatief opzicht als efficiënter en bovendien als kwalitatief gelijkwaardig wordt ervaren door zorgverlener én patiënt.

Tevreden over zorg op afstand

83 patiënten en 58 zorgverleners van het UMCG deden mee aan het onderzoek. Over het algemeen zijn zij tevreden over de geleverde zorg op afstand gedurende de covid-19-pandemie. Zo benoemden zowel zorgverleners als patiënten dat de omgang via de telefoon nagenoeg onveranderd was en er geen technische belemmeringen waren.

Patiënt mist fysiek consult

Vooraf werd gedacht dat patiënten het fijn zouden vinden als ze minder hoeven te reizen en minder tijd kwijt zijn aan een ziekenhuisbezoek. Opmerkelijk was dat de geïnterviewde patiënten dit wel enigszins erkennen als voordeel van een teleconsult, maar dat het voor hen absoluut niet opweegt tegen een gemis van de fysieke aanwezigheid van een zorgverlener. Patiënten missen de non-verbale communicatie en het niet uit kunnen voeren van lichamelijk onderzoek bij een teleconsult. Het merendeel van de patiënten reist met alle liefde een hele dag voor een fysiek consult.

Teleconsult adiditioneel

Verder ervaren patiënten een verminderde veiligheid, doordat zij het idee hebben dat de zorgverlener zonder lichamelijk onderzoek hun toestand minder goed kan beoordelen. Bij de vraag waar patiënten uiteindelijk de voorkeur aan gaven, antwoordden zij vol overtuiging dat een teleconsult een fysiek consult nooit geheel zou kunnen vervangen. Wel vonden ze dat een teleconsult een additionéle rol zou kunnen spelen in het postcorona-tijdperk.

Ook zorgverleners waren van mening dat een teleconsult pas als gelijkwaardig aan fysieke zorg gezien zal worden, als de mogelijkheid bestaat om de patiënt later waar nodig alsnog fysiek te kunnen beoordelen. Veel zorgverleners en patiënten opperden een afwisseling tussen fysieke en teleconsulten, de zogenaamde ‘hybride’ vorm.

Patiënt: weten of alles oké is…

Er zijn ook duidelijke verschillen in beleving tussen enerzijds patiënten en anderzijds zorgverleners. Dit gaat met name over het doel van een consult.  Zorgverleners noemen dan zaken als begeleiding van postoperatieve morbiditeit, opsporen van een asymptomatisch recidief, psychosociale zorg en kwaliteitscontrole van het eigen handelen. Voor patiënten draait het consult veel meer om geruststelling, weten of alles oké is. Lichamelijk onderzoek zien zij daarbij als essentieel onderdeel en daarom bestempelen ze een teleconsult vaak als ‘onvolwaardig’.

Arts: lichamelijk onderzoek niet altijd nodig…

Zorgverleners denken daar vaak anders over. Zij geven aan dat bij sommige patiënten het vinden van een asymptomatisch recidief bij lichamelijk onderzoek eigenlijk geen verandering geeft in het beleid en dus geen doel is van de follow-up. Waar de patiënt het ontbreken van lichamelijk onderzoek dus als een cruciaal gemis ervaart, is dit in de ogen van de arts een overwaardering van het fysieke contact.

Beter doel van consult bespreken

Als artsen uiteindelijk teleconsulten willen invoeren in de follow-upzorg, zullen zij het doel van de follow-up (en specifiek de waarde van het lichamelijk onderzoek) openlijk met de patiënt moeten bespreken en waar nodig relativeren, stellen de onderzoekers. Als we niet duidelijk bespreken waarom we mensen jarenlang terug laten komen voor follow-up en met welk doel, dan is moeilijk om de patiënt mee te krijgen in deze verandering.

Dit artikel is gebaseerd op het artikel van Myrthe Pet, Cathy van de Graaf, Elles Bossink en Barbara van Munster (hoogleraar interne geneeskunde UMCG) in Medisch Contact. Het hele artikel lees je hier.